Vlaamse Primitieven

De schilderkunst in de Nederlanden in de vijftiende eeuw en het begin van de zestiende eeuw wordt meestal aangeduid als de ‘Vlaamse Primitieven’. Met ‘primitief’ wordt hier ‘vroeg’ bedoeld. Een aantal van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze stroming staat hieronder beschreven.

Robert Campin (circa 1378 – 1444)

De uit Valenciennes afkomstige Campin was in Doornik actief als stadsschilder. Zijn werk wordt gekenmerkt door een sterke plasticiteit van stoffen, voorwerpen en personen, en een grote aandacht voor details. Waarschijnlijk is Campin identiek aan de Meester van Flémalle.

Jan van Eyck (circa 1390 – 1441)

De hofschilder, kamerheer en diplomaat Jan van Eyck wordt algemeen gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Vlaamse Primitieven. Zijn monumentale veeluik, het Lam Gods, geschilderd in samenwerking met zijn broer Hubert, geldt als hét hoogtepunt van de schilderkunst in deze periode.

Rogier van der Weyden (circa 1399 – 1464)

Van der Weyden werd geboren te Doornik waar hij het vak leerde van Robert Campin. Hoewel hij tijdens en na zijn leven een grote faam had verworven zijn er heden ten dage geen werken met zekerheid aan hem toe te schrijven. Deze Brusselse stadsschilder blonk uit in het weergeven van emoties.

Hugo van der Goes (circa 1440 – 1482)

De in Gent werkzame Hugo van der Goes kende een prachtige carrière, waaraan hij zelf een belangrijke wending gaf door zich als lekenbroeder terug te trekken in klooster. Zijn bekendste werk het Portinari Drieluik, had door zijn realisme veel invloed op de Florentijnse schilders die het in de Santa Maria Nuova kwamen bewonderen.