Een nieuwe dynastie
In 1363 gaf de koning van Frankrijk het hertogdom Bourgondië, wiens laatste hertog was overleden, in leen aan zijn broer Filips de Stoute. Door diens huwelijk met Margaretha van Male in 1369 had hij uitzicht op het verwerven van niet minder dan vijf graafschappen, waaronder het rijke Vlaanderen plus Antwerpen en Mechelen. Vanaf dat moment ontpopte Filips zich tot territoriaal vorst in plaats van een vazal van Frankrijk. Diens opvolgers probeerden zelfs van Bourgondië een koninkrijk te maken, zoals het dat duizend jaar geleden ook was. Het was de rijkdom van Vlaanderen en de gewesten in die omgeving (Brabant, Holland), die het zwaartepunt van de Bourgondische politiek meer en meer naar het noorden zou doen verleggen.
Bourgondische hertogen zonder Bourgondië
Ruim een eeuw nadat Filips de Stoute de Bourgondische troon had ontvangen stierf zijn achterkleinzoon Karel de Stoute. Inmiddels was er het één en ander veranderd. Karel beheerste sinds 1473 alle Nederlandse gewesten en was druk doende zijn noordelijke en zuidelijke bezit aan elkaar te koppelen middels een veroveringsoorlog. Frankrijk was toen al geruime tijd een openlijke vijand van de Bourgondische hertogen. Doordat Karel geen mannelijke nakomelingen had verviel het hertogdom Bourgondië weer aan de koning van Frankrijk. Maria van Bourgondië erfde wel de Nederlandse gewesten. Door haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk werden de Habsburgers de machthebbers in de Nederlanden.
Centralisatie
Het streven van alle Bourgondische hertogen is geweest om een bepaalde mate van eenheid van bestuur op te leggen aan alle gewesten die zij bezaten. Talent voor diplomatie werd daarbij afgewisseld door oorlogsvoering. Beetje bij beetje kwam er eenheid in de Nederlanden door gemeenschappelijke instellingen en wetgeving. Anderzijds bleef veel van de feitelijke macht in handen van de steden die financieel en militair van het hoogste belang waren voor de hertogen.
Bourgondische Cultuur
De Bourgondische hertogen hadden veel aandacht voor cultuur, niet in het minst om hun koninklijke aspiraties te legitimeren. Hun pronk- en praalzucht waren belangrijke impulsen voor kunstenaars in al hun gewesten. In het bijzonder de tapijtkunst profiteerde van hertogelijke opdrachten. Ook de boekproductie en –verluchting werd veelvuldig gestimuleerd.
In het bijzonder bij openbare gelegenheden (Blijde Inkomsten, huwelijken, begrafenissen en Kapittels van de Orde van het Gulden Vlies) werd zowel door de hertog als de ontvangende stad diep in de buidel getast om het volk de rijkdom te tonen van de Bourgondiërs in de vorm van kleding, sieraden, paarden en vele artiesten.