De Hertogen
De eerste hertogen
In 1106 werd de graaf van Leuven hertog van Neder-Lotharingen, een gebied dat veel groter was dan Brabant. Aan deze prestigieuze titel was echter geen territoriaal gezag verbonden en amper grondbezit. In hetzelfde jaar werden de graven ook markgraaf van Antwerpen. In de loop der eeuwen breidden de hertogen hun gebieden uit en hun titel hertog van Neder-Lotharingen met die van hertog van Brabant.
De Brabantse hertogen
Hendrik I († 1235) was de eerste die zich hertog van Brabant en Neder-Lotharingen noemde. Aan het einde van zijn regering is de gebiedsuitbreiding van het hertogdom nagenoeg voltooid. In 1288 is het hertog Jan I die in een enorme veldslag als overwinnaar naar voren komt en zich sindsdien ook hertog van Limburg mag noemen. Toen hertog Jan III in 1355 overleed zonder mannelijke opvolgers kwam het hertogdom in vreemde handen.
Brabant onder Bourgondië
Via een huwelijk tussen een kleindochter van Jan III met de hertog van Bourgondië wordt Brabant opgenomen in de politiek van de Bourgondiërs. Aanvankelijk is Brabant nog een zelfstandig hertogdom, met zijn eigen hertog uit de Bourgondische familie, maar na 25 jaar kwam hieraan een eind. Sindsdien maakt Brabant, naast de hertogdommen Limburg en Luxemburg en een zestal graafschappen waaronder Vlaanderen en Holland, deel uit van de uitgestrekte bezittingen van het huis van Bourgondië.
Filips de Goede (1430 – 1467)
Filips de Goede was in 1419 hertog van Bourgondië geworden. Vervolgens kocht hij het graafschap Namen, erfde Brabant en Limburg en verwierf vervolgens ook de graafschappen Holland, Vlaanderen, Henegouwen en het hertogdom Luxemburg. Filips probeerde de adel in zijn gewesten te verenigen door de oprichting van de Orde van het Gulden Vlies. Doordat Brabant werd opgenomen in wat later de ‘Bourgondische kreits’ ging heten, verminderde haar autonomie, evenals die van de steden. Toen ’s-Hertogenbosch als enige stad in Brabant haar medewerking weigerde aan een belastingherziening, reageerde de hertog eerst mild maar het kwam desondanks tot een gewapend treffen waarbij de stad het onderspit dolf. Het leverde ’s-Hertogenbosch een boete van 20.000 gulden op. De toon was gezet.
Karel de Stoute (1467 – 1477)
De grote diplomatieke kwaliteiten van Filips gingen niet over op zijn zoon Karel de Stoute. De machtsbeluste Karel voerde slechts oorlogen om zijn gebied te vergroten. Zijn oorlog tegen Luik bracht het oosten van Brabant grote schade toe. Zijn blunderende beleg van Nancy eindigde met zijn dood en het verlies van een groot deel van zijn Franse bezittingen.
Karel negeerde de oude rechten van steden en centraliseerde zijn gewesten in hoog tempo. Dit zorgde, evenals als de hoge kosten voor de oorlogvoering, voor grote ontevredenheid in Brabant en andere gewesten.
Maria de Rijke (1477 – 1482)
Toen Karel sneuvelde, volgde diens 19-jarige vrijgezelle dochter Maria hem op. Omdat het Franse leger aan de grens dreigde, had zij veel haast de steden voor zich te winnen en zag zich genoodzaakt concessies te doen, die in de praktijk inhielden dat de veranderingen van haar vader teniet werden gedaan. De jonge hertogin heeft haar handen zo vol dat een opstand in ’s-Hertogenbosch tegen het stadsbestuur zelfs onbestraft blijft. Nog in hetzelfde jaar trouwt Maria met Maximiliaan die het bestuur feitelijk van haar overneemt. Intussen laait aan de grens met Gelre de strijd weer op.
Maximiliaan van Oostenrijk (1477 – 1494)
De aartshertog van Oostenrijk en zoon van de Duitse keizer Maximiliaan regeerde samen met zijn vrouw tot deze in 1482 overleed. Aangezien hun zoontje Filips pas drie jaar oud was werd na veel beraad Maximiliaan tot regent benoemd. Maximiliaan sluit een nadelige vrede met Frankrijk om zich te kunnen richten op de eenheid in de Nederlandse gewesten en zijn familiebezittingen in Duitsland.
In 1481 organiseerde Maximiliaan in ’s-Hertogenbosch het 14e Kapittel van de Orde van het Gulden Vlies. Enige jaren later was de sfeer veel slechter, toen ’s-Hertogenbosch weigerde een bede van Maximiliaan te betalen en liet hem en zijn leger zelfs de stad niet in toen hij op doortocht was. Wederom werd de stad een boete opgelegd: 35.000 gulden.
Filips de Schone (1494 – 1506)
In 1494 werd Maximiliaan’s zoon Filips meerderjarig en daarmee de nieuwe hertog van Brabant. Onmiddellijk richtte hij zijn aandacht op het eigengereide stadsbestuur van ’s-Hertogenbosch, dat hij verving. Hij hielp ook de financiën weer op orde te krijgen. De stad had al langer te kampen met geldzorgen en de oorlog met Gelre. In 1504 verhevigde de strijd tegen Gelre plotseling. Filip's vrouw Johanna was namelijk door verscheidene sterfgevallen de troonopvolgster geworden in Spanje (Castilië, Léon en Aragon) en binnen afzienbare tijd zou Filips daarom vertrekken. Hij wilde de Gelderse kwestie dan hebben afgerond. Zover kwam het niet, doordat hij in 1506 overleed.
Tijdens zijn verblijf in ’s-Hertogenbosch plaatste hij een bestelling bij Jheronimus Bosch voor een drieluik.
Nogmaals Maximiliaan (1506 – 1515)
Filips’ zoon Karel was bij het overlijden van zijn vader zes jaar en dus werd zijn grootvader Maximiliaan gevraagd nogmaals als regent op te treden. Daar hij inmiddels ook keizer was geworden, liet hij de staatszaken over aan zijn dochter Margaretha.
Margaretha van Oostenrijk landvoogdes (1507-1530)
Margaretha probeerde de Nederlanden verder te verenigen door de centralisatie door te voeren. Zij poogde met diplomatie de Gelderse oorlog te beëindigen, maar zag tenslotte in dat het onvermijdelijk was de strijd gewapend voort te zetten. De oorlog woedde over een groot gebied rond de stad ’s-Hertogenbosch en op zeker moment, in 1512, wankelde de stad zelfs.
In 1498 ontving Margaretha van haar kamerdienares een schilderij van Jheronimus Bosch ten geschenke.
Karel V (1515 – 1555)
Op 15-jarige leeftijd was Karel V heer van de Nederlanden en koning van Spanje en de Amerikaanse koloniën. De eenwording van de Nederlanden is uiteindelijk verwezenlijkt; het gewest Gelre kwam, pas in 1543, in handen van Karel V. Het is van Karel niet bekend of hij werken van Jheronimus Bosch bezat.
Filips II (1555 – 1598)
Filips erfde van zijn vader Spanje, Portugal en de Nederlanden. Zijn hart lag duidelijk in Spanje en daar verbleef hij dan ook het hele jaar. Om zijn nieuwe paleis-klooster, het Monasterio San Lorenzo de El Escorial, in te richten, beschikte Filips over een ruime verzameling schilderijen van Bosch, waaronder de Kruisdraging, Aanbidding der Koningen, Doornenkroning, Tuin der Lusten en het Tafelblad der Zeven Hoofdzonden. Laatstgenoemd schilderij hing zelfs in de slaapkamer van de Koning.