Wetenschap

Johann Gutenberg (1397/1400 – 1468)

De uitvinding van de boekdrukkunst rond 1450 heeft een enorme invloed gehad op het gebied van kennis en geloof. De Duitser Gutenberg introduceerde de boekdrukkunst in Europa en daarmee daalde de kostprijs van boeken met ongeveer 85 procent. Hierdoor waren meer mensen in staat om van meer verschillende zaken kennis te nemen. Ook de internationale verspreiding van kennis in het Latijn werd hierdoor vergemakkelijkt.

Leonardo da Vinci (1452 – 1519)

Naast een groot kunstenaar was de Italiaan Da Vinci een niet te onderschatten wetenschapper en uitvinder. Hoewel de praktijk zijn interesse had, begreep hij dat kennis daarvoor noodzakelijk was. Zo noopte zijn verlangen om anatomisch correcte schilderingen te maken hem tot het verrichten van onderzoek op het menselijk lichaam. Niemand vóór hem had zoveel anatomisch onderzoek verricht. Maar ook op het gebied van geologie, waterbouwkunde, mechanica, ballistiek, astronomie en architectuur deed hij grote ontdekkingen.
Helaas is de wetenschappelijke invloed van Da Vinci op zijn tijdgenoten gering geweest, omdat hij zelden iets afmaakte waar hij aan begon en zijn nalatenschap al snel verspreid raakte.

Nicolaus Copernicus (1473 – 1543)

De Poolse kannunik Copernicus schreef in 1543 een boek dat voor veel opschudding zorgde: De revolutionibus orbium terrestrium. Daarin stelde dat de zon het onbeweeglijke middelpunt van het heelal is, de aarde net als de andere planeten om de zon draait, de aarde om haar eigen as draait en de maan om de aarde. Hoewel bijna alle details die hij beschreef later fout bleken, heeft hij de manier waarop de mens naar de kosmos kijkt voorgoed verandert.

Desiderius Erasmus (1466/9 – 1536) en Thomas More (1478 – 1535)

De bevriende humanisten, de Augustijner monnik en priester Erasmus uit Rotterdam en de Engelse staatsman en rechtsgeleerde More, hadden vooral met hun geschriften een grote invloed op hun omgeving. Daarnaast deelden zij hun voorliefde voor humor en de klassieken. More beschreef in zijn boek Utopia (Nergensland) hoe de ideale maatschappij eruit zou kunnen zien. Gelijkheid is daarbij het sleutelwoord. Het impliceerde ook kritiek op de clerus, die zich in die tijd voornamelijk onderscheidde door ledigheid en uiterlijk vertoon, aldus More.
Ook Erasmus uitte kritiek op de kerkelijke instituties, met name op hun gebrek aan naastenliefde en nederigheid. In plaats daarvan houden zij zich bezig met het rationaliseren van het geloof en het naleven van zinloze gebruiken, vond Erasmus.
Hoewel de protestanten in More en Erasmus hun voorvechters zagen, hebben beide zich verzet tegen een scheuring van het Christendom.