GeschiedenisAan het begin van de veertiende eeuw werd een Broederschap opgericht die de verering van Maria voorstond. Deze Broederschap, bestaande uit mensen uit de bovenlaag van de stad, groeide aldoor, net als de kapel die zij bezaten in de Sint-Jan. De aanzienlijke aflaten die de Broederschap geschonken werden door bisschoppen speelden daarbij een belangrijke rol. Sinds 1371 mochten ook niet-geestelijken en vrouwen toetreden. Dit zorgde voor geweldige groei, zodat het aantal leden rond 1550 een hoogtepunt bereikte van 20.000.
LedenEr bestonden in de middeleeuwen twee vormen van lidmaatschap. Zo waren er talloze buitenleden. Oorspronkelijk was het buitenlidmaatschap ingesteld ten behoeve van vrouwen, maar weldra gaven ook mannen zich op. De kosten waren laag voor een buitenlid, terwijl hij wel deel had aan de aflaten van de Broederschap. Bovendien ontvingen ze jaarlijks een kaars voor de viering van Maria Lichtmis (2 februari). De kern van de Broederschap werd echter gevormd door de gezworen lieden. Zij waren allen clerici en nooit meer dan zestig in aantal. Zij waren verplicht tot het betalen van een groter bedrag dan de buitenleden en kwamen tenminste twee maal per week samen om te bidden. Het verzekerde hen wel van een stijlvolle begrafenis georganiseerd door de broeders. Daarnaast hielden de gezworenen diners waarbij de broeders om beurten als gastheer optraden.
Culturele betekenisVoor hun vieringen in de Sint-Jan beschikte de Broederschap over een eigen kapel. Aanvankelijk een romaanse, waarover niets bekend is, en sinds 1426 een gotische, die in 1494 werd verruimd tot de ruimte die nu als sacramentskapel dienst doet. Deze kapel, gebouwd door Jan Heyns en Alart Duhamel moest uiteraard ook ingericht worden en de Broederschap spaarde kosten nog moeite om voor de inrichting de beste artiesten te strikken (naast Bosch o.a. Van der Weyden en Van Wesel). Befaamd was en is de muziekcollectie van de Broederschap. Bekende zangers en componisten als Pierre de la Rue en Jacobus Clemens non Papa werden door de Broederschap van opdrachten voorzien. Enkele koorboeken zijn gekopieerd door de beroemde Petrus Alamire .
De Broederschap in latere tijdDe Broederschap bestaat nog steeds en kent sinds 1642 ook niet-katholieke leden. Als voornaamste doelstelling geldt sindsdien niet langer de verering van Maria, maar vergroting van de eenheid onder de christenen. De buitenleden zijn sindsdien ook afgeschaft. De charitatieve kant van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap is geformaliseerd in het zogehete Fonds Christen Armen. Ook het Koninklijk Huis is vertegenwoordigd in de Broederschap.
ZwanenbroedershuisIn 1483 heeft één van de gezworen broeders zijn huis nagelaten aan de Broederschap. Op dezelfde plek, maar inmiddels verbouwd in neogotische stijl, staat nog steeds het ‘Zwanenbroedershuis’. Thans museum, functioneert het nog altijd als de plaats waar de broeders samenkomen, ook voor een maaltijd.
Voor meer informatie kunt u kijken op
www.zwanenbroedershuis.nl