Sint-Jan

In de tijd dat Jheronimus Bosch werd geboren, zag de Sint-Janskerk er heel anders uit dan nu. Op de plek waar nu de westtoren staat, stond een romaans kerkje van twee eeuwen oud.
Rond 1380 begint de bouw van een nieuwe Sint-Janskerk in gotische stijl vanaf het oosten naar de romaanse kerk toe. Vijftig jaar later was het koor van de kerk af en werd begonnen met het schip. Gedurende zijn leven bleef de bouw van het middenschip en de zijbeuken doorgaan. Hij heeft de voltooiing ervan niet meer meegemaakt. Dat geldt ook voor de middentoren die in 1529 klaar was en 85 meter hoog was. Bij de brand van 1584 stortte de toren in en werd vervangen door het exemplaar dat nu nog is te zien. De kerk werd in 1559 tot kathedraal verheven, in dat jaar immers werd 's-Hertogenbosch bisschopsstad.

De binnenkant

Wie vandaag de dag de Sint-Jan binnenloopt, ziet een ander interieur dan er kort na de voltooiing te zien was. Zo was er meer schilderwerk te zien op de nu veelal witgekalkte muren. De stoelen en banken ontbraken, net als de preekstoel en het grote orgel. Het grote altaar onder de vieringtoren en het hoogaltaar zijn van latere tijd. In plaats daarvan stonden er, behalve het hoogaltaar, nog 47 gilden- en devotie-altaren tegen de pilaren van schip en beuken.

Inspiratiebron

Zowel aan de buiten- als binnenkant zijn kunstwerken te zien die nauw aansluiten bij het werk van Bosch. De koorbanken (1430-1460), de luchtboogbeelden hoog aan de buitenkant (1475-1500) en de geelkoperen doopvont, gemaakt door Aert van (Maas)Tricht (1492). In 1513 werd het zogenaamde Oordeelspel geplaatst. Hoewel het uiterlijk van dat enorme bouwwerk nauwelijks bekend is, sluit het in ieder geval qua thematiek perfect aan bij het oeuvre van Jheronimus Bosch.

Kijk voor meer informatie over de kathedraal van Sint-Jan op www.sint-jan.nl

De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap

Geschiedenis
Aan het begin van de veertiende eeuw werd een Broederschap opgericht die de verering van Maria voorstond. Deze Broederschap, bestaande uit mensen uit de bovenlaag van de stad, groeide aldoor, net als de kapel die zij bezaten in de Sint-Jan. De aanzienlijke aflaten die de Broederschap geschonken werden door bisschoppen speelden daarbij een belangrijke rol. Sinds 1371 mochten ook niet-geestelijken en vrouwen toetreden. Dit zorgde voor geweldige groei, zodat het aantal leden rond 1550 een hoogtepunt bereikte van 20.000.

Leden
Er bestonden in de middeleeuwen twee vormen van lidmaatschap. Zo waren er talloze buitenleden. Oorspronkelijk was het buitenlidmaatschap ingesteld ten behoeve van vrouwen, maar weldra gaven ook mannen zich op. De kosten waren laag voor een buitenlid, terwijl hij wel deel had aan de aflaten van de Broederschap. Bovendien ontvingen ze jaarlijks een kaars voor de viering van Maria Lichtmis (2 februari). De kern van de Broederschap werd echter gevormd door de gezworen lieden. Zij waren allen clerici en nooit meer dan zestig in aantal. Zij waren verplicht tot het betalen van een groter bedrag dan de buitenleden en kwamen tenminste twee maal per week samen om te bidden. Het verzekerde hen wel van een stijlvolle begrafenis georganiseerd door de broeders. Daarnaast hielden de gezworenen diners waarbij de broeders om beurten als gastheer optraden.

Culturele betekenis
Voor hun vieringen in de Sint-Jan beschikte de Broederschap over een eigen kapel. Aanvankelijk een romaanse, waarover niets bekend is, en sinds 1426 een gotische, die in 1494 werd verruimd tot de ruimte die nu als sacramentskapel dienst doet. Deze kapel, gebouwd door Jan Heyns en Alart Duhamel moest uiteraard ook ingericht worden en de Broederschap spaarde kosten nog moeite om voor de inrichting de beste artiesten te strikken (naast Bosch o.a. Van der Weyden en Van Wesel). Befaamd was en is de muziekcollectie van de Broederschap. Bekende zangers en componisten als Pierre de la Rue en Jacobus Clemens non Papa werden door de Broederschap van opdrachten voorzien. Enkele koorboeken zijn gekopieerd door de beroemde Petrus Alamire .

De Broederschap in latere tijd
De Broederschap bestaat nog steeds en kent sinds 1642 ook niet-katholieke leden. Als voornaamste doelstelling geldt sindsdien niet langer de verering van Maria, maar vergroting van de eenheid onder de christenen. De buitenleden zijn sindsdien ook afgeschaft. De charitatieve kant van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap is geformaliseerd in het zogehete Fonds Christen Armen. Ook het Koninklijk Huis is vertegenwoordigd in de Broederschap.

Zwanenbroedershuis
In 1483 heeft één van de gezworen broeders zijn huis nagelaten aan de Broederschap. Op dezelfde plek, maar inmiddels verbouwd in neogotische stijl, staat nog steeds het ‘Zwanenbroedershuis’. Thans museum, functioneert het nog altijd als de plaats waar de broeders samenkomen, ook voor een maaltijd.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.zwanenbroedershuis.nl

Kunst

Standsbesef was groot en rangorde essentieel voor de adel: op de plek waar zij bijeenkwamen, in het koor van de Sint-Jan, hingen dan ook de wapenborden van alle vliesridders gesorteerd op rang. Zij waren geschilderd door de hofschilder Pierre Coustain. Of Bosch hem ontmoet heeft, is niet zeker, maar wel is het duidelijk dat de belettering van het schilderij de ‘Keisnijding’ geïnspireerd is op de wapenborden van de vliesridders.
Een van de aanwezige vliesridders was Engelbrecht II van Nassau, de meest waarschijnlijke opdrachtgever van de ‘Tuin der Lusten’.