Jheronimus Bosch in het buitenland

Verschillende auteurs hebben gemeend aanwijzingen te hebben gevonden dat Jheronimus Bosch in het buitenland is geweest. Het maken van reizen om werken van andere grote kunstenaars te bekijken en bestuderen was niet geheel ongebruikelijk. Er bestaat geen hard bewijs voor een verblijf van Bosch elders, maar er zijn enkele aanwijzingen. Hieronder volgt een kort – en incompleet – overzicht.

Italië

In 1521 noteert de patriciër Marcantonio Michiel wat hij zag in het paleis van kardinaal Grimani in Venetië: “Een doek van de hel ... van Jheronimus Bosch, een doek met dromen van dezelfde [maker], en een doek...van de walvis die Jonas opslokt”. Het verslag van Michiel roept weliswaar vragen op, want de afbeeldingen zijn moeilijk gelijk te stellen met schilderijen die thans nog bewaard worden en ook spreekt hij van doeken, waar we nu enkel nog paneelschilderingen van Bosch kennen maar tegelijk zegt het toch ook iets over de naamsbekendheid van Bosch in Venetië. Sommigen zien hierin een aanwijzing van een verblijf van Bosch in Italië.
Een tweede aanwijzing wordt gevonden in het schilderij van Bosch van de Gekruisigde Martelares. Er zijn twee martelaressen bekend die afgebeeld worden aan het kruis: Wilgefortis en Julia. Wilgefortis is meestal herkenbaar aan haar baard maar deze ontbreekt op het drieluik. De ander, Julia, wordt vereerd in Italië, met name nabij Brescia. Nu toonden de zijluiken vroeger twee schenkers in Italiaanse kledij met Italiaanse instrumenten.
Beide aanwijzingen kunnen dus zeer wel op de mogelijkheid duiden van Italiaanse opdrachtgevers, maar dat betekent nog geen verblijf van Bosch in Italië. Met name de Italiaanse kooplieden hadden veelvuldig contact met de Nederlanden; de economische en culturele betrekkingen waren zeer intensief.

Spanje

De reden dat sommigen vermoeden dat Bosch in Spanje heeft verbleven, vindt grond in de populariteit van zijn werken in Spanje. Het zijn zonder uitzondering hooggeplaatste families die werk in bezit hadden. De familie De Haro bezat al vóór 1508 en drieluik in de stijl van Bosch getiteld Het geduld van Job. Beatrix de Haro was getrouwd met de edelman en kunstkenner Don Felipe de Guevara, die ook als eerste een commentaar schreef bij het werk van Bosch. Samen bezaten zij rond 1560 wel zes schilderijen van Bosch. Ook koningin Isabella van Castilië bezat al in 1504 tenminste één, maar misschien zelfs vijf schilderijen van Bosch.
Hoewel de grote belangstelling van Spanjaarden buiten kijf staat, is dat nog geen bewijs voor een verblijf van Bosch aldaar. Er waren tal van Spanjaarden in de Nederlanden en de werken zouden ook hier gekocht kunnen zijn en vervolgens naar Spanje overgebracht.

Het tijdstip

Er zijn een tweetal perioden aanwijsbaar waarin dat Bosch elders verbleef en wellicht op reis was. Beide keren gaat het om een periode waarin zijn naam ontbreekt in de archiefstukken.
De eerste periode loopt van 1474 tot 1481. Voorafgaand leent Jheronimus met zijn vader een som geld. Misschien had hij het geld nodig om een reis te bekostigen.
De tweede periode loopt van 1498 tot 1504. In 1498 geeft Bosch een volmacht zodat iemand anders hem kan vertegenwoordigen bij rechtshandelingen. In 1499 toen Jheronimus aan de beurt was zijn medebroeders uit te nodigen, vindt de maaltijd plaats bij een ander.

Hoewel er wel aanwijzingen zijn dat Bosch afwezig is gedurende bepaalde tijd en hoewel er een Zuid-Europese clientèle bestond, is er geen bewijs voor het verblijf van Jheronimus Bosch in het buitenland. Bovendien is het opmerkelijk dat er geen duidelijke verandering te zien is in het werk van Bosch na zo'n verondersteld verblijf elders, noch dat er in het buitenland kunstenaars zich aantoonbaar geïnspireerd voelden door deze bijzondere schilder.